
 
Maarten Dekker is de curator
Kunstenaars: Kostana Banovic, Fatima Barznge, Maarten Dekker, Nan Groot Antink,Peter van der Horst, Marijn van Kreij, Har van der Put
‘om / de ene na/ de andere / om’ is een viering van de geïnspireerde herhaling. Het herhalende dat zich toont in o.a. mantra’s, rituelen of het teruggrijpen op voorgangers. De geïnspireerde herhaling is geen mechanische herhaling – fabrieksmatig, uniform zonder ziel – maar ritmisch, variërend en begeesterd. Herhaling die niet afsluit maar opent, herhaling met mysterie in het centrum.
De werken in deze tentoonstelling spelen ieder op een eigen wijze in op het idee van herhalen en mysterie. Door voorgangers te citeren, een naam te repeteren, historische culturele elementen te herhalen, een reeks te genereren, het absurde te markeren of een vorm eindeloos te herhalen. De herhaling is te vinden in één werk, of in een serie of oeuvre, maar opent bovenal een ruimte die rijk en onuitputtelijk lijkt te zijn.
EIGENLIJK ZIT HET IN ALLES
Peter las in de krant dat het zand op raakt – het goede spul,
waarvan er minder korrels op aarde zijn dan sterren in het heelal.
‘Glas zat,’ werp ik tegen, terwijl we door de stad van Moving
Galleries naar SANAA naar Larik gaan, Salmari drinken,
in gesprek raken over David Foster Wallace (wat is water, wat is glas,
vloeistoffen van verschillende traagheid) – ‘overal om ons heen,
ik haal en breng dagelijks glas van hot naar haar.’ ‘Ja,’ zegt Peter,
‘maar hoekig zand voor helder glas wordt zeldzaam.’
De rest van de wandeling werken we aan een dystopische roman:
wat is de eindkleur van het eindeloos recyclen van gekleurd glas,
cosmic latte – leven we straks in donkere huizen
met apothekersflessenramen, wordt glasassurantie duurder
dan ziektekosten, wordt de waarde van een autoruit meetbaar
in mensenlevens, scholen sjeiks zich om tot glasoligarchen –
wanneer breekt de eerste oorlog om zand uit.
Waarmee stutten we straks de dijken.
Peter kijkt door brillenglazen naar een schilderij.
Nu is alles nog min of meer helder, zegt hij.
alles wat je ziet staat ergens voor
Glas is een trage vloeistof, schreef K. Michel.
Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is, schreef K. Schippers.
En Paul Valéry schreef: God heeft alle dingen uit het niets gemaakt.
Het niets schijnt echter dóór.
Daar kan ik niet tegenop.
Toch schrijf ik: Alles wat je ziet staat ergens vóór.
Ik ken een vrouw die claustrofobisch wordt in de buurt van een aquarium.
Zelf krijg ik het benauwd van kijken in een caleidoscoop.
Mijn eerste en, hoop ik, laatste bekentenis van vandaag: ik kijk altijd naar kunst vanuit de figuratie.
Wanneer ik een abstract werk zie, ga ik ervanuit dat wat ik zie staat voor een natuurlijke omgeving.
Ik bedoel dit: ik kijk naar de abstractie en probeer erdoorheen te kijken naar wat- nee, óf er iets achter ligt. Het betekent niet dat dat het enige is wat ik zie, maar wel het eerste waar ik naar zoek.
Eigenlijk zie ik het dus niet.
Abstracte kunst kan ik bekijken, maar niet zien.
Kinderlijk, ja. Maar ik kan het niet laten.
Zo werkt mijn hoofd.
Dit is des te opmerkelijker omdat ik – ik heb gefaald, dit is mijn tweede bekentenis, met de geleende woorden van Frank O’ Hara: ik ben geen schilder, ik ben een dichter – bij het lezen van poëzie altijd het omgekeerde doe: ik zoek de abstractie achter de figuratie, onder het motto van die beroemde zin van Martinus Nijhoff uit het gedicht Awater: lees maar, er staat niet wat er staat. Kortom: kunst bekijken is, in zekere zin, het omgekeerde van gedichten lezen.
Zo is het gesteld tussen mij en de meeste kunstwerken in deze ruimte.
Ik wil erdoorheen kijken, maar er staat iets voor.
En is, vraag ik me af, wat ervoor staat beter dan wat erachter is?
Dat zie je niet. Je hoopt het wel. Want anders staat het in de weg.
Of je zegt: alles wat er staat is beter dan niets, per definitie, omdat er ook niets had kunnen staan. Maar er is al genoeg nihilisme in de wereld. Of antinihilisme. Wat ongeveer hetzelfde is.
Of je zegt: voor en achter bestaat niet in de vorm waarin jij er naar zoekt, er is alleen het oog dat als een kwal door de omgeving van beeld kan zwemmen, in een ademend, liefdevol heelal van ideeën en realisatie. In andere woorden: niet alles wat je ziet staat ergens vóór, maar: alles wat je ziet stáát ergens voor.
We komen hier op het punt dat je eigenlijk alles wel kunt zeggen, maar dat kunnen deze kunstenaars zelf veel beter. En jullie, prachtige ogen met nog mooiere mensen eraan, ook.
Ik heb al meer dan genoeg gezegd.
Nu jullie.
Proost.
08-03-2026 • Ingmar Heytze